Tijdig nadenken over uitvaart voorkomt zorgen

Dit artikel is op 4 mei 2016 verschenen in een bijlage van Hart van Holland over afscheid en rouw.

Steeds meer mensen doen het: bijtijds nadenken over hun eigen uitvaart. Keuzes zijn er volop. Tussen opgebaard worden in een kist of een lijkwade bijvoorbeeld, tussen wel of geen muziek, tussen witte of rode bloemen, tussen cremeren of begraven.

Laatste levensfase
Frida Martijn (76) is ongeneeslijk ziek. Na een halve eeuw met haar echtgenoot in Moordrecht te hebben gewoond, brengt ze haar laatste levensfase door in hospice IJsselThuis in Nieuwerkerk aan den IJssel. “Mijn man kan niet meer voor mij zorgen. Daarom ben ik blij dat ik hier terechtkon. Het is geweldig. Vorige maand hebben we hier nog ons vijftigjarig huwelijksfeest gevierd.”

Vooruitkijken
Voorzichtig kijkt Frida Martijn vooruit naar wat komen gaat. “Ik heb nagedacht over mijn uitvaart. Ik dacht eerst dat ik begraven wilde worden, net als mijn ouders. Zij woonden in Twente en zijn daar ook begraven. Altijd als we er kwamen, gingen we ook even naar de begraafplaats.
De wereld is veranderd. Ik wil het mijn kinderen niet aandoen dat ze voor een graf moeten zorgen. Daarom heb ik nu toch gekozen voor een crematie. Misschien met een urn in een kluisje hier op de begraafplaats of toch in Markelo, waar ik vandaan kom.”

‘Geen toeters en bellen, wel klassieke pianomuziek’

Praatje maken
Met haar echtgenoot die stuurman werd op de Holland-Amerika Lijn, kwam Frida Martijn in de jaren zestig vanuit Twente naar Moordrecht. “Ik wilde graag aan déze kant van Rotterdam wonen en daar heeft hij naar geluisterd. Toen we over de dijk liepen in Moordrecht, bedacht ik me: hier wil de middenstand vast nog wel een praatje maken. Laat me hier maar achter, heb ik toen tegen mijn man gezegd.” Zelf ging ze aan het werk als leerkracht op de Landbouwhuishoudschool in Nieuwerkerk.
Waar ze na een leven, geleefd op twee plekken, haar laatste rustplaats wil hebben, weet ze nog niet. “Dat moeten we nog maar even zien.”

Tierelantijnen
Emotioneel gezien valt het Martijn mee om over haar afscheid te denken en te praten. “Het is zoals het is, je bent er en dan ben je er geweest.” Nadenken over hoe de uitvaart eruit moet zien, vond ze echter best lastig: “Vooral omdat ik niet precies wist wat ik wilde. Nu is het duidelijk: ik wil het zo eenvoudig mogelijk, met weinig tierelantijnen. “Ik hoef geen toeters en bellen. Wel klassieke pianomuziek; op de begrafenis van een aangetrouwde nicht heb ik zulke mooie muziek gehoord. Maar het voert te ver om die te gaan achterhalen. Ik heb er alle vertrouwen in dat mijn kinderen iets moois zullen bedenken.
En bloemen. Tja bloemen… Ik heb al zoveel bloemen gekregen. Ik durf het woord niet meer in de mond te nemen.

Bij elkaar
Mensen moeten na de dienst wel een broodje kunnen eten. Dan zitten ze toch nog even bij elkaar voordat ieder weer zijnsweegs gaat. Dat vind ik heel fijn.”


vorige pagina